In samenwerking met Abacus Bijlesinstituut VijfheerenlandenAbacus Bijlesinstituut Vijfheerenlanden
Vakkenpakket

Wiskunde A, B, C of D

Bij de profielkeuze op havo en vwo kies je ook een wiskundevak. Wiskunde A, B, C en D lijken op elkaar, maar ze verschillen in inhoud en in de studies waarvoor je ze nodig hebt. Hieronder staat wat je moet weten om goed te kiezen.

Wiskunde A

Wiskunde A is toegepaste wiskunde, met veel nadruk op statistiek, kansrekening en het gebruik van wiskunde in dagelijkse situaties en in de economie. Het past bij studies waarin je met gegevens en cijfers werkt.

Wiskunde B

Wiskunde B is theoretischer. Je werkt veel met algebra, grafieken en meetkunde. Statistiek komt niet aan bod. Wiskunde B past bij studies in de bèta- en techniekhoek, zoals geneeskunde en scheikunde.

Wiskunde C

Wiskunde C bestaat alleen op het vwo en is bedoeld voor het profiel Cultuur en Maatschappij. Je leert in grote lijnen hetzelfde als bij wiskunde A, met meer aandacht voor wiskunde in het dagelijks leven, ruimtelijke meetkunde en logisch redeneren.

Wiskunde D

Wiskunde D kies je bovenop wiskunde B. Het is een aanvullend vak met extra verdieping, handig voor studies als techniek, natuurwetenschappen en informatica. Het komt vooral op het vwo voor.

Welk vak past bij welk profiel?

  • Economie en Maatschappij: wiskunde A, of B als je liever meer wiskunde doet.
  • Natuur en Gezondheid: wiskunde A of B.
  • Natuur en Techniek: wiskunde B.
  • Cultuur en Maatschappij: op het vwo wiskunde A, B of C. Op de havo kun je dit profiel zonder wiskunde doen.

Zo kies je

  1. Denk na over jouw vervolgstudie en kijk welke wiskunde daarvoor nodig is. Studies stellen eisen aan het vakkenpakket.
  2. Vraag na wat je leuk vindt: cijfers en gegevens (A) of formules en grafieken (B)?
  3. Bekijk voorbeeldopgaven en spreek met een docent of een leerling uit een hogere klas.
  4. Neem de keuze niet alleen op cijfers: wiskunde B is vaak lastiger, maar voor sommige studies noodzakelijk.

Kun je later nog wisselen?

Wisselen kan soms, bijvoorbeeld van B naar A, maar dat hangt af van de school. Bespreek dit vooraf met je mentor of decaan.

Vragen die je jezelf kunt stellen

  • Welke studies vind ik interessant, en welke wiskunde eisen ze?
  • Werk ik liever met gegevens en toepassingen, of met formules en bewijzen?
  • Hoe ging wiskunde tot nu toe, en wat vond ik het leukst?
  • Welke profielen laat mijn school toe met mijn keuze?

Wat als je twijfelt?

Loop je vast bij de keuze, praat dan met je mentor, je wiskundedocent en de decaan van je school. Sommige scholen bieden een proefles aan. Kijk ook op de sites van opleidingen naar de toelatingseisen.

Hoe bijles wiskunde hierbij kan helpen

Twijfelt jouw kind over de wiskundekeuze, of loopt het vast bij het gekozen vak? Bij bijles wiskunde aan huis oefent een vaste docent met opgaven op het niveau van jouw kind en helpt om de keuze te onderbouwen.

Veelgestelde vragen

Wat is moeilijker: wiskunde A of B?
Voor veel leerlingen is wiskunde B abstracter en lastiger. Wiskunde A gaat meer over toepassingen en statistiek. Wat moeilijker is, hangt af van jouw manier van denken.

Is wiskunde C makkelijker dan wiskunde A?
Wiskunde C leert grotendeels hetzelfde als wiskunde A, met minder theorie en meer aandacht voor toepassingen. Het bestaat alleen op het vwo.

Heb ik wiskunde B nodig voor geneeskunde?
Voor veel bètastudies is wiskunde B verplicht of sterk aanbevolen. Kijk daarom altijd op de site van de opleiding naar de toelatingseisen.

Loopt jouw kind vast bij wiskunde?

In een vrijblijvende kennismaking bespreken we welke onderdelen van wiskunde extra aandacht nodig hebben.

Plan gratis kennismaking