De Romeinen horen bij tijdvak 2, de tijd van Grieken en Romeinen. Hun geschiedenis beslaat meer dan duizend jaar. Met een indeling in drie perioden en een paar sleutelbegrippen wordt het overzichtelijk.
Drie perioden
- De koningstijd: volgens de legende stichtten Romulus en Remus Rome in 753 voor Christus.
- De Republiek (vanaf 509 voor Christus): Rome werd bestuurd door gekozen bestuurders en de senaat.
- Het Keizerrijk (vanaf 27 voor Christus): Augustus werd de eerste keizer.
Hoe groeide het rijk?
Rome begon als een kleine stad in Italië en veroverde stap voor stap steeds meer land. Een belangrijke stap waren de Punische Oorlogen tegen Carthago (264 tot 146 voor Christus), waarin de Carthaagse veldheer Hannibal beroemd werd. Uiteindelijk lag het hele Middellandse Zeegebied binnen het Romeinse Rijk. Julius Caesar veroverde Gallië en werd in 44 voor Christus vermoord.
Het Romeinse leger
Het leger was de basis van de Romeinse macht. Een legioen bestond uit ongeveer vijfduizend soldaten. Soldaten bouwden ook wegen, bruggen en forten. Door die wegen kon het leger snel door het rijk reizen, en handelaren gebruikten ze ook.
Het dagelijks leven
- Wegen en aquaducten: Romeinen legden wegen aan en voerden water over grote afstanden aan.
- Recht: er waren geschreven wetten, zoals de Twaalf Tafelen.
- Latijn: de taal van Rome, waar het Frans, Spaans en Italiaans van afstammen.
- Vermaak: gladiatorengevechten en wagenrennen waren populair.
De Romeinen in Nederland
De Rijn vormde de noordgrens van het Romeinse Rijk, de limes. Langs die grens lagen forten en nederzettingen. Nijmegen is een van de oudste steden van Nederland, gesticht door de Romeinen. Ook Utrecht (Trajectum) begon als Romeins fort. In het rivierengebied woonden de Batavieren. In 69 en 70 na Christus kwamen zij in opstand tegen de Romeinen.
Het einde van het rijk
Vanaf de derde eeuw kreeg het rijk het moeilijk: er waren binnenlandse machtsstrijd, economische problemen en aanvallen van buiten. In 313 kreeg het christendom vrijheid van godsdienst, en in 380 werd het de staatsgodsdienst. Het West-Romeinse Rijk viel in 476 na Christus. Het Oost-Romeinse Rijk bleef bestaan tot 1453.
Oefenvragen met antwoorden
- Wanneer viel het West-Romeinse Rijk?
- Wat was de limes?
- Welke twee volkeren streden in de Punische Oorlogen?
Antwoorden: 1) in 476 na Christus. 2) de grens van het Romeinse Rijk, in Nederland langs de Rijn. 3) Rome en Carthago.
Begrippen die je moet kennen
- Republiek: een staat zonder koning, met gekozen bestuurders.
- Senaat: de raad van oudere en invloedrijke Romeinen.
- Legioen: een grote eenheid soldaten in het Romeinse leger.
- Limes: de grens van het Romeinse Rijk.
- Kenmerkende aspecten: de belangrijke ontwikkelingen in het tijdvak, zoals de Grieks-Romeinse cultuur.
Zo leer je de Romeinen
Maak een tijdlijn met de drie perioden en zet er de jaartallen 753, 509, 27 voor Christus en 476 na Christus bij. Leer daarna per periode drie kernpunten. Schrijf bij elk begrip een eigen zin, dan onthoud je de betekenis beter dan door alleen de definitie te lezen.
Hoe bijles geschiedenis hierbij kan helpen
Bij bijles geschiedenis aan huis oefent een vaste docent met tijdlijnen, kenmerkende aspecten en oorzaak-en-gevolgvragen, zodat jouw kind de Romeinen niet alleen kan opnoemen, maar ook kan uitleggen.
Veelgestelde vragen
Tot welk tijdvak horen de Romeinen?
Tot tijdvak 2, de tijd van Grieken en Romeinen (3000 voor Christus tot 500 na Christus).
Wat is het verschil tussen de Republiek en het Keizerrijk?
In de Republiek bestuurden gekozen bestuurders en de senaat Rome. In het Keizerrijk lag de macht bij één man, de keizer.
Wat hebben we aan de Romeinen overgehouden?
Onder meer het Latijnse alfabet, veel woorden, het idee van geschreven wetten en de wegen en steden die ze aanlegden.
