Voorzetsels zijn kleine woorden met een grote invloed: één verkeerd voorzetsel en je zin klinkt vreemd. Het lastige is dat je Franse voorzetsels niet altijd één op één kunt vertalen. Met de volgende overzichten heb je de basis te pakken.
De belangrijkste voorzetsels
de — van, uit: Il vient de Lyon.
dans — in (binnen iets): Le livre est dans le sac.
sur — op: Le stylo est sur la table.
sous — onder: Le chat est sous la chaise.
avec / sans — met / zonder: un café sans sucre.
pour — voor: un cadeau pour toi.
chez — bij, naar iemand toe: Je vais chez mon ami.
Samentrekkingen: au, aux, du, des
Bij à en de verandert het voorzetsel samen met het lidwoord:
à + les = aux → Je parle aux élèves.
de + le = du → Le livre du professeur.
de + les = des → Les livres des élèves.
Bij la en l' blijft het gewoon à la en de la (à l'école, de l'école).
Steden en landen
- Steden: à (à Paris, à Amsterdam).
- Vrouwelijke landen en landen die met een klinker beginnen: en (en France, en Belgique, en Italie).
- Mannelijke landen: au (au Canada, au Portugal). Meervoud: aux (aux Pays-Bas, aux États-Unis).
Dans of en bij tijd?
Met dans geef je aan wanneer iets begint: "Je pars dans deux jours" (over twee dagen). Met en geef je aan hoe lang iets duurt: "Il fait le travail en deux jours" (hij doet het werk in twee dagen).
Veelgemaakte fouten
- "à le" of "de le" schrijven in plaats van au en du.
- "chez" vertalen als "huis": het betekent bij iemand thuis of bij een persoon/winkel (chez le boulanger).
- "à" gebruiken voor landen in plaats van en, au of aux.
- Voorzetsels uit het Nederlands of Engels letterlijk overnemen.
Hoe bijles Frans hierbij kan helpen
Voorzetsels leer je door ze in korte zinnen te gebruiken, niet door lijstjes te stampen. Bij bijles Frans aan huis oefenen we met zinnen en kleine gesprekjes op het niveau van jouw kind.
