In het Nederlands ontken je een zin met één woord: "niet". Het Frans gebruikt daarvoor een woordpaar dat om het werkwoord heen staat: ne ... pas. Zodra je dat patroon kent, zijn de andere ontkenningsvormen een kwestie van het tweede woord vervangen.
De basis: ne ... pas
"Ne" komt vóór het (vervoegde) werkwoord, "pas" erachter.
Il parle français. → Il ne parle pas français.
Andere ontkenningsvormen
Dezelfde constructie, maar met een ander tweede woord om een specifiekere betekenis te geven:
ne ... plus — niet meer: Il ne travaille plus ici.
ne ... rien — niets: Je ne vois rien.
ne ... personne — niemand: Je ne connais personne.
Ontkenning in de passé composé
In een samengestelde tijd zoals de passé composé komt "ne" vóór het hulpwerkwoord (avoir of être), en "pas" (of jamais/plus/rien) erna, vóór het voltooid deelwoord.
Let op: "ne" wordt "n'" vóór een klinker of stomme h, net als "le/la" dan "l'" wordt.
Gesproken versus geschreven Frans
In informeel, gesproken Frans wordt "ne" vaak weggelaten: "je sais pas" in plaats van "je ne sais pas". In geschreven Frans en op school hoort "ne" er altijd bij.
Veelgemaakte fouten
- "Ne" vergeten en alleen "pas" gebruiken (dat is informeel spreektaal, geen correcte schrijftaal).
- Bij de passé composé "pas" na het voltooid deelwoord zetten in plaats van ervoor.
- "Ne" niet inkorten tot "n'" vóór een klinker.
Hoe bijles Frans hierbij kan helpen
Ontkenning wordt vertrouwd door zinnen actief om te zetten van bevestigend naar ontkennend. Bij bijles Frans aan huis oefenen we dat met zinnen op het niveau van jouw kind.
