Oefen hier gratis de tafels van 1 tot 10. Kies de tafels die je wilt oefenen, beantwoord de sommen en zie direct of je antwoord goed is. Aan het einde zie je welke sommen fout gingen, zodat je die nog een keer kunt oefenen.
Oefen de tafels
Kies je tafels
Tafels leren: zo pak je het aan
Tafels leren lukt het best in kleine stappen. Leer niet alles tegelijk, maar begin met de tafels die bijna vanzelf gaan en bouw langzaam op.
- Oefen kort en vaak. Tien minuten per dag werkt beter dan een uur op één dag.
- Begin met de makkelijke tafels: 10, 5, 2 en 1. Bouw daarna op.
- Gebruik de ruggensteun van bekende sommen. Weet je 5 × 7 = 35, dan is 6 × 7 gewoon 7 erbij: 42.
- Wissel keersommen en deelsommen af. Wie 7 × 8 = 56 kent, kan ook 56 : 7 = 8.
- Blijf oefenen met de fouten. Gebruik de knop "Oefen alleen de fouten".
Tafels leren in vier weken
Er is minder te leren dan het lijkt. Kent je kind de tafels van 1, 2, 5 en 10 en weet het dat 3 × 4 hetzelfde is als 4 × 3, dan blijven er nog maar 21 verschillende sommen over. Deze volgorde bouwt daarop verder.
| Week | Tafels | Tip |
|---|---|---|
| Week 1 | 1, 10, 2 en 5 | Dit zijn de makkelijkste tafels. Ze geven vertrouwen. |
| Week 2 | 4 en 3 | De tafel van 4 is twee keer verdubbelen. |
| Week 3 | 6 en 9 | 6 × 7 is 5 × 7 plus 7. Bij de 9 helpt de truc met de cijfers. |
| Week 4 | 8 en 7, en alles door elkaar | De tafel van 8 is de tafel van 4 verdubbeld. |
Oefen elke dag vijf tot tien minuten en gebruik de knop "Oefen alleen de fouten" hierboven. Een handige richtlijn: jouw kind kent een som als het antwoord er zonder tellen en zonder lang nadenken uit komt.
Leuke manieren om de tafels te leren
- Kaartjes: schrijf de som op de voorkant en het antwoord op de achterkant. Leg de kaartjes die goed gaan opzij.
- Hardop opzeggen: in de auto of onderweg naar school. Wissel af: één keer de rij opzeggen, één keer door elkaar.
- Dobbelstenen: gooi met twee dobbelstenen en vermenigvuldig de ogen.
- Een spelletje tegen elkaar: wie het antwoord het eerst weet, wint een punt.
Handige trucjes per tafel
- Tafel van 10: zet een nul achter het getal.
- Tafel van 5: de helft van de tafel van 10.
- Tafel van 2: het getal verdubbelen.
- Tafel van 4: twee keer verdubbelen.
- Tafel van 9: de cijfers van de uitkomst tellen op tot 9. Bij 9 × 3 = 27 geldt 2 + 7 = 9.
- Tafel van 11 (tot 9): het cijfer twee keer schrijven. 11 × 3 = 33.
- De lastigste sommen: onthoud 6 × 7 = 42, 6 × 8 = 48 en 7 × 8 = 56. Bij dat laatste helpt de rij 5, 6, 7, 8: 56 = 7 × 8.
Op welke leeftijd leer je de tafels?
De tafels worden meestal in groep 4 en 5 geleerd. Ieder kind heeft een eigen tempo. Wie de tafels goed kent, rekent daarna sneller met breuken, procenten en later ook met algebra. Merk je dat jouw kind de tafels moeilijk vindt, kijk dan of kleine stapjes en veel herhaling helpen.
Hoe bijles rekenen hierbij kan helpen
Vindt jouw kind rekenen lastig, ook na veel oefenen? Bij bijles rekenen aan huis kijkt een vaste docent waar het vastloopt en oefent stap voor stap, zonder druk.
Veelgestelde vragen
Welke tafels moet ik kennen?
De tafels van 1 tot en met 10. Daarmee kun je ook veel grotere sommen uitrekenen, zoals 12 × 6 als 10 × 6 plus 2 × 6.
Hoe vaak moet mijn kind oefenen?
Kort en vaak. Ongeveer vijf tot tien minuten per dag is meer dan genoeg om vooruitgang te zien.
Waarom zijn deelsommen erbij handig?
Keer- en deelsommen horen bij elkaar. Wie beide oefent, onthoudt de tafels beter en kan later gemakkelijker breuken en verhoudingen uitrekenen.
In welke volgorde leer je de tafels?
Begin met de tafels van 1, 10, 2 en 5. Ga dan naar 4 en 3, daarna 6 en 9, en sluit af met 8 en 7. Zo leer je telkens sommen die je al deels kent.
Hoe leer je snel de tafels?
Kort en vaak oefenen, dus vijf tot tien minuten per dag. Begin met de makkelijke tafels, gebruik trucjes voor de lastige sommen en oefen vooral de sommen die fout gaan.
