Begrijpend lezen leer je door te oefenen met teksten en vragen. Hieronder oefen je direct met acht oefenteksten voor groep 5 tot en met 8, met meerkeuzevragen die je meteen nakijkt. Daarna volgen een stappenplan en twee extra oefenteksten met antwoorden.
Oefen direct: begrijpend lezen groep 5 t/m 8
Lees de tekst rustig en klik op je antwoord. Je ziet meteen of het goed is, met uitleg. Elke tekst heeft vijf vragen. Kies een groep of scroll door alle teksten. De niveaus zijn een richtlijn, want scholen werken met verschillende lesmethodes.
De egel
Groep 5 · Informatief
In de avond komt de egel tevoorschijn. Hij is een nachtdier. Overdag slaapt hij onder een struik of in een hoop bladeren. ’s Nachts gaat hij op zoek naar eten. Hij eet vooral wormen, slakken, kevers en rupsen. Zijn ogen zijn niet goed, maar hij kan heel goed ruiken.
Op zijn rug zitten duizenden stekels. Voelt de egel gevaar, dan rolt hij zich op tot een stekelige bal. Zo kunnen dieren die hem willen opeten, hem niet pakken.
In de winter is er weinig eten. Dan zoekt de egel een warme plek en houdt hij een winterslaap. Hij slaapt dan een hele tijd en wordt pas in het voorjaar weer wakker.
Waar gaat de tekst vooral over?
- Over hoe je een egel in de tuin verzorgt
- Over alle dieren die een winterslaap houden
- Over de stekels van verschillende dieren
- Over hoe de egel leeft
Wat doet de egel als hij gevaar voelt?
- Hij rent snel weg.
- Hij rolt zich op tot een bal.
- Hij kruipt onder een struik.
- Hij maakt een hard geluid.
Wat eet de egel vooral?
- Planten, wortels en zaadjes uit de tuin
- Wormen, slakken, kevers en rupsen
- Bladeren, vruchten en paddenstoelen
- Kleine muizen en jonge vogels
Waarom houdt de egel een winterslaap?
- Omdat hij ’s nachts niet kan slapen
- Omdat zijn stekels dan uitvallen
- Omdat er in de winter weinig eten is
- Omdat hij bang is voor sneeuw
Wat betekent “tevoorschijn komen” in de eerste zin?
- Zich onder een struik verstoppen
- Naar buiten komen
- Op zoek gaan naar een slaapplek
- Weglopen van andere dieren
Toon antwoorden
- D. Over hoe de egel leeft (De tekst vertelt wanneer de egel actief is, wat hij eet, hoe hij zich beschermt en wat hij in de winter doet.)
- B. Hij rolt zich op tot een bal. (In de tekst staat: voelt de egel gevaar, dan rolt hij zich op tot een stekelige bal.)
- B. Wormen, slakken, kevers en rupsen (De tekst zegt dat hij vooral wormen, slakken, kevers en rupsen eet.)
- C. Omdat er in de winter weinig eten is (In de tekst staat: in de winter is er weinig eten. Daarom zoekt de egel een warme plek en slaapt hij.)
- B. Naar buiten komen (Overdag slaapt de egel verstopt. In de avond komt hij naar buiten. Dat is tevoorschijn komen.)
De nieuwe klas
Groep 5 · Verhaal
Lotte stond voor de deur van groep 5. Haar handen waren koud en haar hart klopte snel. Vandaag was haar eerste dag op een nieuwe school. Ze was net verhuisd en kende niemand.
“Kom maar binnen,” zei juf Sanne vriendelijk. Lotte liep de klas in. Iedereen keek naar haar. Ze keek naar haar schoenen.
“Dit is Lotte,” zei de juf. “Wie wil naast haar zitten?” Even was het stil. Toen stak Daan zijn hand op. “Hier is nog een plek,” zei hij. “Ik heb een extra gum, wil je die?”
Lotte glimlachte voor het eerst die ochtend. Haar handen waren niet meer koud. Misschien werd het toch een fijne dag.
Hoe voelt Lotte zich aan het begin van het verhaal?
- Verveeld
- Zenuwachtig
- Boos
- Blij
Waarom kent Lotte niemand?
- Ze komt te laat
- De kinderen willen niet met haar praten
- Ze is net verhuisd
- Ze is lang ziek geweest
Wat doet Daan?
- Hij geeft zijn stoel aan Lotte en gaat bij een ander kind zitten
- Hij vraagt de juf of Lotte bij hem in de klas mag komen
- Hij zegt dat er naast hem nog een plek is en biedt haar een gum aan
- Hij lacht Lotte uit omdat ze naar haar schoenen kijkt en niets zegt
Waarom kijkt Lotte naar haar schoenen?
- Haar schoenen zijn vuil en ze schaamt zich
- Ze zoekt iets wat op de grond gevallen is
- Ze vindt het spannend en is verlegen
- Ze vindt de klas saai en wil naar huis
Wat betekent de zin “Haar handen waren niet meer koud”?
- Lotte is minder zenuwachtig
- Het is warmer geworden in de klas
- Lotte heeft handschoenen aangedaan
- Lotte heeft het koud
Toon antwoorden
- B. Zenuwachtig (Haar handen zijn koud en haar hart klopt snel. Dat past bij zenuwen.)
- C. Ze is net verhuisd (In de tekst staat: ze was net verhuisd en kende niemand.)
- C. Hij zegt dat er naast hem nog een plek is en biedt haar een gum aan (Daan steekt zijn hand op, wijst een plek aan en biedt een extra gum aan.)
- C. Ze vindt het spannend en is verlegen (Iedereen kijkt naar haar en zij kijkt weg. Dat doe je als je verlegen en zenuwachtig bent.)
- A. Lotte is minder zenuwachtig (Koude handen kwamen door de zenuwen. Nu zijn de handen niet meer koud, dus Lotte is rustiger.)
Hoe ontstaat een regenboog?
Groep 6 · Informatief
Een regenboog zie je vaak als het regent en de zon tegelijk schijnt. Zonlicht lijkt wit, maar het bestaat uit alle kleuren van de regenboog.
Als zonlicht in een regendruppel valt, wordt het licht gebroken. Dat betekent dat de lichtstraal een beetje van richting verandert. Daarna kaatst het licht terug tegen de achterkant van de druppel en komt het er weer uit. Omdat elke kleur net anders wordt gebroken, worden de kleuren van elkaar gescheiden. Zo krijg je de kleuren van de regenboog.
Rood zit aan de buitenkant van de boog en violet aan de binnenkant. Wil je een regenboog zien, dan moet de zon achter je staan en moet het voor je regenen.
Waar gaat de tekst vooral over?
- Waarom het regent
- Hoe je een regenboog tekent
- Hoe een regenboog ontstaat
- Welke kleuren er bestaan
Waaruit bestaat zonlicht volgens de tekst?
- Alleen uit rood, geel en blauw licht
- Uit regendruppels, wolken en zonnestralen
- Uit alle kleuren van de regenboog
- Alleen uit wit licht en warmte
Wat betekent “gebroken” in de tweede alinea?
- Sneller gaan bewegen
- Van richting veranderd
- In stukjes uit elkaar gevallen
- Donkerder geworden dan eerst
Waar moet de zon staan als je een regenboog wilt zien?
- Naast de regen
- Achter je
- Voor je
- Boven de regenwolk
Welke kleur zit aan de binnenkant van de regenboog?
- Rood
- Geel
- Violet
- Groen
Toon antwoorden
- C. Hoe een regenboog ontstaat (De tekst legt stap voor stap uit hoe zonlicht en regendruppels samen een regenboog maken.)
- C. Uit alle kleuren van de regenboog (Zonlicht lijkt wit, maar het bestaat uit alle kleuren van de regenboog.)
- B. Van richting veranderd (De tekst legt het zelf uit: de lichtstraal verandert een beetje van richting.)
- B. Achter je (De tekst zegt: de zon moet achter je staan en het moet voor je regenen.)
- C. Violet (Rood zit aan de buitenkant en violet aan de binnenkant.)
Het geheim op zolder
Groep 6 · Verhaal
Milan en zijn zusje Noor gingen op een regenachtige zondag naar de zolder van hun opa. Het rook er naar oud hout en stof. Achter een stapel dozen vond Noor een kleine houten kist met een slot.
“Wat zou erin zitten?” fluisterde ze. Milan zocht overal naar een sleutel. Uiteindelijk zag hij een roestig sleuteltje aan een spijker hangen. Zijn hand trilde toen hij het in het slot stak. Klik! De kist ging open.
Er lagen tientallen brieven in, met een lint eromheen. Bovenaan lag een foto van een jonge vrouw. “Dat is oma,” zei Milan verbaasd. “Opa heeft al haar brieven bewaard.”
Noor pakte de foto voorzichtig vast. Ze besloten de kist terug te leggen en er niets over te zeggen. Sommige geheimen zijn niet van jou.
Waar vindt Noor de kist?
- Achter een stapel dozen
- Aan een spijker
- Onder het bed in de slaapkamer van opa
- In een kast met een slot
Waar hangt het sleuteltje?
- Onder de kist
- In de zak van opa
- Aan een spijker
- In het slot
Wat voelt Milan waarschijnlijk als zijn hand trilt?
- Verveling
- Woede
- Trots
- Spanning
Wie is de vrouw op de foto?
- Oma
- Een buurvrouw
- Een vriendin van Noor
- Noor
Waarom besluiten de kinderen de kist terug te leggen?
- De brieven zijn te oud om te lezen
- Ze zijn bang voor de kist
- Ze vinden dat de brieven privé zijn
- Het slot is kapot
Toon antwoorden
- A. Achter een stapel dozen (In de eerste alinea staat dat Noor de kist achter een stapel dozen vond.)
- C. Aan een spijker (Milan zag een roestig sleuteltje aan een spijker hangen.)
- D. Spanning (Een trillende hand past bij spanning: hij weet niet wat er in de kist zit.)
- A. Oma (Milan zegt: dat is oma.)
- C. Ze vinden dat de brieven privé zijn (De laatste zin zegt: sommige geheimen zijn niet van jou. De brieven van opa en oma zijn privé.)
De Deltawerken
Groep 7 · Informatief
In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 gebeurde in Nederland een enorme ramp. Een zware storm joeg het water van de Noordzee hoog op. Op veel plekken, vooral in Zeeland, braken de dijken door. Grote gebieden liepen onder water. Bij deze watersnoodramp kwamen 1836 mensen om het leven.
Na de ramp besloot de regering dat zoiets nooit meer mocht gebeuren. Er kwam een groot plan om Nederland tegen het water te beschermen: de Deltawerken. Er werden dammen, sluizen en stormvloedkeringen gebouwd.
Het grootste werk is de Oosterscheldekering, die in 1986 klaar was. In de kering zitten 62 grote schuiven. Meestal staan die open, zodat het zeewater in de Oosterschelde kan blijven stromen en de natuur daar zo min mogelijk verandert. Alleen bij zware storm worden de schuiven gesloten.
Wat is de hoofdgedachte van de tekst?
- Na de watersnoodramp van 1953 zijn de Deltawerken gebouwd om Nederland te beschermen
- Bij zware storm breken de dijken in Nederland op veel plekken door
- De Oosterscheldekering is het langste en belangrijkste bouwwerk dat er in Nederland is
- In Zeeland is het gevaarlijker om te wonen dan in andere provincies
Hoeveel schuiven zitten er in de Oosterscheldekering?
- 1836
- 26
- 1986
- 62
Waarom staan de schuiven meestal open?
- Omdat er anders schepen tegen de schuiven aan zouden varen
- Omdat de storm dan minder hard is en het water veilig blijft
- Omdat de schuiven kapot zijn en eerst nog gerepareerd moeten worden voordat ze dicht kunnen
- Zodat het zeewater kan blijven stromen en de natuur zo min mogelijk verandert
Wat is een stormvloedkering?
- Een lange dijk van zand die aan de kust ligt
- Een bouwwerk dat bij storm het water tegenhoudt
- Een weerbericht dat waarschuwt voor storm op zee
- Een schip dat bij zware storm mensen kan redden
In welke volgorde gebeurde het?
- Eerst de Oosterscheldekering, dan de ramp, dan het plan
- Eerst de Oosterscheldekering, dan het plan, dan de ramp
- Eerst het plan, dan de ramp, dan de Oosterscheldekering
- Eerst de ramp, dan het plan, dan de Oosterscheldekering
Toon antwoorden
- A. Na de watersnoodramp van 1953 zijn de Deltawerken gebouwd om Nederland te beschermen (De tekst vertelt over de ramp van 1953 en over de werken die daarna zijn gebouwd.)
- D. 62 (In de tekst staat: in de kering zitten 62 grote schuiven. De andere getallen horen bij andere dingen.)
- D. Zodat het zeewater kan blijven stromen en de natuur zo min mogelijk verandert (De tekst noemt zelf de reden: het zeewater kan blijven stromen en de natuur verandert zo min mogelijk.)
- B. Een bouwwerk dat bij storm het water tegenhoudt (De tekst noemt schuiven die bij zware storm worden gesloten. Een stormvloedkering houdt dus het water tegen.)
- D. Eerst de ramp, dan het plan, dan de Oosterscheldekering (De ramp was in 1953. Daarna kwam het plan van de Deltawerken en in 1986 was de Oosterscheldekering klaar.)
Moet er huiswerk zijn?
Groep 7 · Betoog
Veel kinderen krijgen huiswerk mee naar huis. Ik vind dat basisscholen geen huiswerk moeten geven.
Ten eerste zijn kinderen na een dag op school moe. Ze hebben tijd nodig om te spelen en te ontspannen. Ten tweede maken sommige kinderen hun huiswerk niet zelf. Ouders helpen dan zoveel dat het niet meer om het kind gaat. Ten slotte kun je op school al genoeg leren.
Sommige mensen zeggen dat huiswerk kinderen leert plannen. Dat kan zo zijn, maar dat kun je ook op school leren, bijvoorbeeld met een weektaak. Daarom vind ik dat basisscholen geen huiswerk moeten geven.
Wat is het standpunt van de schrijver?
- Kinderen moeten meer huiswerk krijgen
- Basisscholen moeten geen huiswerk geven
- Huiswerk is alleen nuttig in groep 8
- Ouders moeten meer helpen met huiswerk
Welk argument noemt de schrijver?
- Kinderen zijn na school moe en hebben tijd nodig om te spelen
- Huiswerk is voor kinderen meestal veel te makkelijk en daarom niet nuttig
- Kinderen leren van huiswerk zelf hun tijd plannen
- Leraren hebben geen tijd om al het huiswerk van alle kinderen na te kijken
Welk tegenargument noemt de schrijver?
- Kinderen zijn na school moe
- Op school leer je genoeg
- Ouders helpen te veel
- Huiswerk leert kinderen plannen
Hoe reageert de schrijver op het tegenargument?
- Hij negeert het tegenargument en gaat gewoon verder
- Hij verandert zijn standpunt aan het eind
- Hij zegt dat kinderen plannen ook op school kunnen leren
- Hij zegt dat het tegenargument helemaal onzin is en niet klopt
Wat is het doel van deze tekst?
- De lezer laten lachen
- De lezer overtuigen
- Een verhaal vertellen
- Uitleggen hoe je huiswerk maakt
Toon antwoorden
- B. Basisscholen moeten geen huiswerk geven (De schrijver zegt het in de eerste alinea en herhaalt het aan het eind.)
- A. Kinderen zijn na school moe en hebben tijd nodig om te spelen (Het eerste argument gaat over vermoeide kinderen die tijd nodig hebben om te spelen en te ontspannen.)
- D. Huiswerk leert kinderen plannen (Sommige mensen zeggen dat huiswerk kinderen leert plannen. Dat is een argument voor huiswerk, dus een tegenargument.)
- C. Hij zegt dat kinderen plannen ook op school kunnen leren (De schrijver geeft toe dat het kan, maar zegt dat je plannen ook op school kunt leren, bijvoorbeeld met een weektaak.)
- B. De lezer overtuigen (De schrijver geeft zijn mening en argumenten. Hij wil dat de lezer het met hem eens wordt.)
Het wad
Groep 8 · Informatief
Twee keer per dag trekt het water zich terug uit de Waddenzee. Dat heet eb. Grote stukken zeebodem vallen dan droog. Zo ontstaat het wad: een wijds landschap van zand en slik. Een paar uur later stroomt het water terug. Dat is de vloed. Deze wisseling van eb en vloed noem je het getij.
Het wad is een belangrijk gebied voor de natuur. Onder het slik leven wormen, schelpen en kleine kreeftjes. Ze vormen het voedsel voor duizenden vogels. Miljoenen trekvogels rusten en eten er tijdens hun lange reis. Omdat het gebied zo bijzonder is, staat het sinds 2009 op de lijst van Werelderfgoed.
Toch is het wad niet ongevaarlijk. Wie het wad op wil, kan het beste met een ervaren gids gaan. Het water kan namelijk sneller terugkomen dan je denkt.
Wat is het getij?
- Een storm die het wad overspoelt
- De wisseling tussen eb en vloed
- De diepte van de zee bij vloed
- Het zand en slik op de zeebodem
Wat gebeurt er bij eb?
- Het water trekt zich terug en de zeebodem valt droog
- De vogels vliegen weg naar een ander gebied
- Er waait een harde storm over de Waddenzee
- Het water stijgt en overstroomt het land langs de kust
Waarom is het wad belangrijk voor trekvogels?
- Het is er het hele jaar warm en het regent er bijna nooit
- Ze bouwen er hun nesten om er eieren in te leggen
- Er zijn geen mensen die de vogels storen
- Ze vinden er voedsel en kunnen er rusten
Waarom kun je het wad het beste met een gids op?
- De vogels op het wad vallen mensen aan
- Het water kan sneller terugkomen dan je denkt
- Het slik is giftig en daarom gevaarlijk voor mensen
- Het wad is alleen ’s nachts open voor bezoekers
Welke zin vat de tekst het beste samen?
- Op het wad leven alleen vogels die er hun voedsel vinden en die er altijd blijven
- Het wad is een groot strand waar je in de zomer altijd kunt zwemmen en zonnen
- Het wad is een bijzonder natuurgebied dat twee keer per dag droogvalt en waar je voorzichtig moet zijn
- Het wad is een gevaarlijk gebied waar niemand mag komen, omdat het water er altijd heel snel stijgt en daalt
Toon antwoorden
- B. De wisseling tussen eb en vloed (De tekst zegt het zelf: de wisseling van eb en vloed noem je het getij.)
- A. Het water trekt zich terug en de zeebodem valt droog (Bij eb trekt het water zich terug en vallen grote stukken zeebodem droog.)
- D. Ze vinden er voedsel en kunnen er rusten (De tekst zegt dat trekvogels er rusten en eten tijdens hun lange reis.)
- B. Het water kan sneller terugkomen dan je denkt (De tekst noemt zelf de reden: het water kan sneller terugkomen dan je denkt.)
- C. Het wad is een bijzonder natuurgebied dat twee keer per dag droogvalt en waar je voorzichtig moet zijn (De tekst vertelt over eb en vloed, over de natuur en over de gevaren. Alleen de eerste zin bevat dat alles.)
De brief
Groep 8 · Verhaal
De brief lag al een uur op de keukentafel. Sem liep er steeds omheen, alsof het een slapende hond was die hij niet wakker wilde maken. Zijn moeder zei niets, maar hij zag dat ze net zo zenuwachtig was als hij.
Eindelijk pakte hij de envelop. Zijn hart bonsde in zijn keel. Met trillende vingers scheurde hij hem open. “Je bent toegelaten,” las hij hardop. Even was het stil. Toen sprong hij op en gaf zijn moeder zo’n knuffel dat ze bijna omviel.
“Ik heb het gered!” riep hij. In zijn buik zat geen knoop meer, maar een lied.
Waarom loopt Sem steeds om de brief heen?
- Hij is de brief helemaal vergeten
- Hij is bang voor de hond van de buren
- Hij vindt het spannend om de brief te openen
- Hij mag de brief van zijn moeder niet aanraken
Wat betekent “Zijn hart bonsde in zijn keel”?
- Hij was ziek geworden
- Hij was heel boos
- Hij had keelpijn
- Hij was erg zenuwachtig
Wat bedoelt de schrijver met de vergelijking “alsof het een slapende hond was”?
- Sem is erg moe en wil liever gaan slapen dan lezen
- Sem vindt de brief erg saai en wil er daarom liever niet naar kijken of over praten
- De brief is echt afkomstig van een hond die bij hem thuis woont
- Sem is voorzichtig omdat hij bang is voor wat erin staat
Hoe voelt Sem zich aan het einde?
- Teleurgesteld en boos
- Verveeld
- Bang en verdrietig
- Opgelucht en blij
Wat bedoelt de schrijver met “maar een lied”?
- Sem voelt zich blij en vrolijk
- Sem hoort echt muziek in zijn buik
- Sem gaat straks in de keuken luidkeels zingen
- Sem heeft honger
Toon antwoorden
- C. Hij vindt het spannend om de brief te openen (Sem is zenuwachtig over wat er in de brief staat. De hond is alleen een vergelijking.)
- D. Hij was erg zenuwachtig (Dit is figuurlijk taalgebruik. Je hart bonst als je erg zenuwachtig of bang bent.)
- D. Sem is voorzichtig omdat hij bang is voor wat erin staat (Je maakt een slapende hond liever niet wakker. Zo wil Sem de brief liever niet openen, omdat hij bang is voor het nieuws.)
- D. Opgelucht en blij (Sem is toegelaten. Hij springt op en roept dat hij het gered heeft.)
- A. Sem voelt zich blij en vrolijk (Eerst zat er een knoop in zijn buik van de spanning. Nu voelt hij vrolijkheid. Dat is figuurlijk bedoeld.)
Stappenplan bij elke tekst
- Lees eerst de titel en de vragen.
- Lees de tekst een keer rustig door.
- Lees de vraag opnieuw en zoek het antwoord in de tekst.
- Onderstreep de zin waarin je het antwoord vindt.
- Controleer of je antwoord echt bij de vraag past.
Extra oefentekst 1: De bever
De bever is een dier dat in en bij het water leeft. Hij heeft grote, scherpe tanden waarmee hij takken en boomstammen doorknaagt. Van die takken bouwt hij dammen in beken. Door een dam blijft het water op een plek staan en ontstaat er een vijver. In die vijver bouwt de bever zijn burcht, een huis van takken en modder. De ingang van de burcht ligt onder water, zodat vijanden er moeilijk in komen. Bevers zijn vooral actief in de avond en de nacht. Overdag slapen ze in hun burcht.
- Waar gaat de tekst vooral over?
- Waarom ligt de ingang van de burcht onder water?
- Wat betekent het woord "burcht" in deze tekst?
- Waarnaar verwijst "ze" in de laatste zin?
Extra oefentekst 2: Fietsen naar school
Steeds meer kinderen worden met de auto naar school gebracht. Dat is jammer, want fietsen heeft veel voordelen. Kinderen die fietsen, bewegen meer en zijn overdag alerter. Bovendien is het gezellig om samen met vrienden naar school te fietsen. Tot slot is het beter voor het milieu, omdat een fiets geen uitlaatgassen heeft. Sommige ouders zeggen dat het te gevaarlijk is. Toch zijn er op veel plekken veilige fietsroutes. Daarom zouden meer kinderen op de fiets naar school moeten gaan.
- Wat is het standpunt van de schrijver?
- Noem twee argumenten voor fietsen.
- Welk tegenargument noemt de schrijver, en hoe reageert hij daarop?
Antwoorden
Oefentekst 1: 1) over hoe de bever leeft en bouwt. 2) zodat vijanden er moeilijk in komen. 3) het huis van de bever, gemaakt van takken en modder. 4) naar de bevers.
Oefentekst 2: 1) meer kinderen zouden op de fiets naar school moeten gaan. 2) bijvoorbeeld: kinderen bewegen meer en zijn alerter, het is gezellig, het is beter voor het milieu. 3) sommige ouders vinden het te gevaarlijk. De schrijver zegt dat er op veel plekken veilige fietsroutes zijn.
Soorten vragen
- Hoofdgedachte: waar gaat de tekst over?
- Woordbetekenis: wat betekent dit woord in deze zin?
- Verwijzing: naar welk woord verwijst "hij", "ze" of "dat"?
- Tekstverband: welk signaalwoord laat het verband zien?
- Standpunt en argumenten: wat vindt de schrijver, en waarom?
Zo oefen je thuis
Oefen liever vaak en kort dan één keer lang. Tien tot vijftien minuten per dag met een korte tekst is genoeg. Kies teksten die passen bij de interesse van je kind, en bespreek na afloop samen wat de hoofdgedachte was. Meer technieken staan in ons artikel over begrijpend lezen verbeteren.
Hoe bijles Nederlands hierbij kan helpen
Begrijpend lezen verbetert met veel oefenen en gerichte feedback. Bij bijles Nederlands aan huis oefent een vaste docent met teksten op het niveau van jouw kind en laat zien hoe je een vraag aanpakt.
Veelgestelde vragen
Hoe vaak moet mijn kind begrijpend lezen oefenen?
Ongeveer drie keer per week tien tot vijftien minuten werkt beter dan één lange sessie. Kies een moment dat rustig is.
Waar moet ik op letten bij een vraag?
Lees de vraag twee keer, zoek het antwoord in de tekst en controleer of je antwoord echt bij de vraag past. Onderstreep de zin waarin je het antwoord vindt.
Helpt begrijpend lezen ook bij andere vakken?
Ja. Bij bijna elk vak moet je een tekst begrijpen, van geschiedenis tot rekenen met een verhaaltjessom.
Zijn de oefenteksten gratis?
Ja. Je hoeft je niet in te schrijven en er is geen account nodig. Je ziet direct of je antwoord goed is, met uitleg.
Voor welke groep zijn de oefenteksten?
Voor groep 5 tot en met 8, twee teksten per groep: informatieve teksten, verhalen en een betoog. De niveaus zijn een richtlijn. Kies gerust een groep lager of hoger.
