Het Nederlands heeft "de" en "het". Het Duits gaat een stap verder: daar bestaan der, die en das, met elk een eigen geslacht. Voor Nederlandstalige leerlingen is dat vaak het eerste echte struikelblok bij Duits — er is geen sluitende regel, maar wel een aantal patronen die flink helpen.
Drie geslachten
die — vrouwelijk (die Frau, die Tür)
das — onzijdig (das Kind, das Haus)
In het meervoud gebruik je, ongeacht het geslacht, altijd die.
Patronen die vaak kloppen
Er is geen 100% waterdichte regel, maar deze tendensen helpen bij het gokken van een onbekend woord:
Meestal die: vrouwen (die Mutter), en veel woorden op -e, -heit, -keit, -ung, -schaft, -ion of -tät (die Freiheit, die Zeitung).
Meestal das: verkleinwoorden op -chen of -lein (das Mädchen — net als "meisje" in het Nederlands een onzijdig woord!), metalen (das Gold), en zelfstandig gebruikte werkwoorden (das Lesen).
Het onbepaalde lidwoord
Net als "de"/"het" versus "een" in het Nederlands, heeft het Duits ook een onbepaald lidwoord: ein voor mannelijke en onzijdige woorden, eine voor vrouwelijke woorden. Ein Mann, ein Haus, eine Frau.
Het lidwoord verandert mee met de naamval
Wat het extra lastig maakt: der, die en das veranderen mee afhankelijk van de naamval (Nominativ, Akkusativ, Dativ, Genitiv) — bijvoorbeeld "der Mann" wordt in de 4e naamval "den Mann". Die volledige verbuigingstabel staat in onze uitleg over Duitse naamvallen; dit artikel gaat over het basisgeslacht van een woord in de eerste naamval.
Voorbeelden
- der Tisch (de tafel), der Stuhl (de stoel), der Hund (de hond)
- die Lampe (de lamp), die Schule (de school), die Katze (de kat)
- das Buch (het boek), das Fenster (het raam), das Auto (de auto — let op: in het Duits onzijdig!)
Veelgemaakte fouten
- Ervan uitgaan dat het Duitse geslacht altijd hetzelfde is als het Nederlandse — "das Auto" is in het Nederlands "de auto", maar in het Duits onzijdig.
- In het meervoud toch der/die/das per geslacht gebruiken, terwijl het meervoud altijd "die" is.
- Het lidwoord los zien van de naamval, terwijl beide samen bepalen welke vorm je nodig hebt.
Hoe bijles Duits hierbij kan helpen
Lidwoorden worden vertrouwd door woorden steeds mét hun lidwoord te leren, nooit los ("der Tisch", niet alleen "Tisch"). Bij bijles Duits aan huis oefenen we op die manier, met woordenlijsten op maat.
