In samenwerking met Abacus Bijlesinstituut VijfheerenlandenAbacus Bijlesinstituut Vijfheerenlanden
Aardrijkskunde

Bevolkingsgroei

In sommige landen groeit de bevolking nog snel, in andere landen nauwelijks of zelfs niet meer. Aardrijkskunde probeert dat verschil te verklaren aan de hand van een paar vaste begrippen: geboortecijfer, sterftecijfer, en het patroon waarin die twee doorheen de tijd veranderen.

Geboortecijfer en sterftecijfer

Het geboortecijfer is het aantal geboorten per 1.000 inwoners per jaar, het sterftecijfer het aantal sterfgevallen per 1.000 inwoners per jaar. Is het geboortecijfer hoger dan het sterftecijfer, dan groeit de bevolking; is het lager, dan krimpt de bevolking (los van migratie).

Het demografisch transitiemodel

Dit model beschrijft hoe geboorte- en sterftecijfer in een land meestal veranderen naarmate het land zich ontwikkelt:

Fase 1: hoog geboortecijfer én hoog sterftecijfer — de bevolking groeit nauwelijks.

Fase 2: het sterftecijfer daalt snel (betere gezondheidszorg en hygiëne), terwijl het geboortecijfer nog hoog blijft — sterke bevolkingsgroei.

Fase 3: ook het geboortecijfer daalt (onder andere door onderwijs, welvaart en gezinsplanning) — de groei vertraagt.

Fase 4: geboorte- en sterftecijfer zijn allebei laag — de bevolking groeit nauwelijks nog of krimpt.

Waarom verschilt bevolkingsgroei zo per land?

Landen bevinden zich in verschillende fases van dit model. Veel welvarende landen zitten in fase 4, met een lage of zelfs negatieve bevolkingsgroei. Veel minder welvarende landen zitten nog in fase 2 of 3, met een snel dalend sterftecijfer maar een nog altijd hoog geboortecijfer — vandaar de sterke bevolkingsgroei daar.

Gevolgen van snelle bevolkingsgroei

  • Grotere druk op voedsel, water, onderwijs en gezondheidszorg.
  • Een jonge bevolkingsopbouw, met relatief veel kinderen en jongeren.
  • Kansen voor economische groei, als er genoeg banen en scholing beschikbaar zijn (het "demografisch dividend").

Gevolgen van een krimpende of vergrijzende bevolking

  • Minder mensen in de werkende leeftijd ten opzichte van ouderen (vergrijzing).
  • Druk op pensioenstelsels en zorgvoorzieningen.
  • Soms een tekort aan arbeidskrachten in bepaalde sectoren.

Veelgemaakte fouten

  • Bevolkingsgroei alleen aan geboortecijfer koppelen, zonder het sterftecijfer mee te nemen.
  • Denken dat elk land dezelfde fase van het transitiemodel op hetzelfde moment doorloopt.
  • Migratie vergeten, terwijl die de bevolkingsgroei van een land ook flink kan beïnvloeden.

Hoe bijles aardrijkskunde hierbij kan helpen

Bevolkingsvraagstukken worden overzichtelijker zodra je het demografisch transitiemodel als kapstok gebruikt voor voorbeelden uit verschillende landen. Bij bijles aardrijkskunde aan huis oefenen we met actuele voorbeelden en grafieken, aansluitend op de examenstof.

Loopt jouw kind vast bij aardrijkskunde?

In een vrijblijvende kennismaking bespreken we welke onderdelen extra aandacht nodig hebben.

Plan gratis kennismaking