In samenwerking met Abacus Bijlesinstituut VijfheerenlandenAbacus Bijlesinstituut Vijfheerenlanden
Bedrijfseconomie

Een balans opstellen

Een balans is een foto van de financiële situatie van een bedrijf op één moment: wat het bezit, en hoe dat betaald is. Het lastige zit vaak niet in het rekenen, maar in het juist indelen van posten — en dat wordt makkelijker met een vast stramien.

De basisregel

Activa = Passiva

Activa staan links op de balans: alles wat het bedrijf bezit (bezittingen). Passiva staan rechts: hoe die bezittingen gefinancierd zijn (eigen vermogen + vreemd vermogen). Beide kanten moeten altijd precies gelijk zijn — vandaar de naam "balans".

Wat hoort waar?

Activa (links): gebouwen, machines, voorraad, kassaldo, debiteuren (geld dat nog binnenkomt)

Passiva (rechts):
— Eigen vermogen: eigen inbreng en opgebouwde winst
— Vreemd vermogen: leningen, crediteuren (geld dat nog betaald moet worden)

Vaste en vlottende activa

Activa verdeel je vaak in twee groepen. Vaste activa blijven langer dan een jaar in het bedrijf, zoals gebouwen en machines. Vlottende activa zijn binnen een jaar weer geld, zoals voorraad, debiteuren en het saldo op de bank of in de kas.

Eigen en vreemd vermogen op de passiva

Het eigen vermogen is wat de eigenaar zelf heeft ingebracht, plus opgebouwde winst. Het vreemd vermogen is geleend geld. Een lening die je langer dan een jaar mag houden, noem je langlopend. Crediteuren en andere schulden die je binnen een jaar betaalt, zijn kortlopend.

Stappenplan

  1. Zet alle bezittingen op een rij en noteer hun waarde (activa).
  2. Bepaal het eigen vermogen: wat de eigenaar zelf heeft ingebracht plus winst.
  3. Zet daaronder het vreemd vermogen: leningen en schulden aan anderen.
  4. Tel beide kanten op en controleer of activa en passiva gelijk zijn.

Voorbeeld: een eenvoudige balans

Activa
Gebouw: € 80.000
Voorraad: € 15.000
Kas: € 5.000
Totaal activa: € 100.000

Passiva
Eigen vermogen: € 60.000
Lening bank: € 40.000
Totaal passiva: € 100.000

Activa (€ 100.000) is gelijk aan passiva (€ 100.000) — de balans klopt.

Voorbeeld 2: een balans met debiteuren en crediteuren

Activa
Machines: € 40.000
Voorraad: € 12.000
Debiteuren: € 8.000
Bank: € 10.000
Totaal activa: € 70.000

Passiva
Eigen vermogen: € 45.000
Lening (langlopend): € 15.000
Crediteuren: € 10.000
Totaal passiva: € 70.000

Debiteuren zijn klanten die nog moeten betalen, dus een bezitting (activa). Crediteuren zijn leveranciers die jij nog moet betalen, dus een schuld (passiva). Beide kanten komen op € 70.000, dus de balans klopt.

Waarom moet de balans altijd kloppen?

Elke euro die een bedrijf bezit, moet ergens vandaan komen: van de eigenaar (eigen vermogen) of geleend (vreemd vermogen). Er kan dus nooit meer bezit zijn dan er financiering tegenover staat — daarom zijn activa en passiva per definitie aan elkaar gelijk.

Veelgemaakte fouten

  • Een schuld (bijvoorbeeld een lening) bij de activa zetten in plaats van bij de passiva.
  • Eigen vermogen en winst door elkaar halen — winst is een onderdeel van het eigen vermogen, geen apart blokje.
  • Vergeten dat de balans niet klopt als er een post is vergeten of dubbel geteld.

Hoe bijles bedrijfseconomie hierbij kan helpen

Een balans opstellen wordt duidelijker zodra je de indeling in activa en passiva een paar keer zelf hebt toegepast op verschillende situaties. Bij bijles bedrijfseconomie aan huis oefenen we met opgaven die aansluiten op de methode die op school wordt gebruikt.

Loopt jouw kind vast bij bedrijfseconomie?

In een vrijblijvende kennismaking bespreken we welke onderdelen extra aandacht nodig hebben.

Plan gratis kennismaking