In samenwerking met Abacus Bijlesinstituut VijfheerenlandenAbacus Bijlesinstituut Vijfheerenlanden
Biologie

Osmose in de biologie

Waarom krimpt een aardappelschijfje in zout water? Dat komt door osmose. Het is een belangrijk begrip bij biologie, omdat het uitlegt hoe water in en uit cellen gaat.

Kort antwoord: osmose is de beweging van water door een semipermeabel (half doorlatend) membraan, van een plek met weinig opgeloste stoffen naar een plek met veel opgeloste stoffen.

Wat is osmose?

Het celmembraan laat water door, maar laat veel opgeloste stoffen niet door. Zijn er aan de ene kant meer opgeloste stoffen, dan stroomt het water naar die kant. Zo proberen beide kanten dezelfde concentratie te krijgen.

Osmotische waarde

De osmotische waarde laat zien hoeveel opgeloste stoffen er in een oplossing zitten. Water gaat altijd van de oplossing met de lage osmotische waarde naar de oplossing met de hoge osmotische waarde.

Hypertoon, hypotoon en isotoon

Deze woorden vergelijken de oplossing buiten de cel met de vloeistof in de cel.

  • Hypertoon: buiten de cel zit meer opgeloste stof. Water verlaat de cel en de cel krimpt.
  • Hypotoon: buiten de cel zit minder opgeloste stof. Water gaat de cel in en de cel zwelt.
  • Isotoon: de concentratie is gelijk. Er is geen netto beweging van water.

Een ezelsbruggetje: hyper betekent "boven", dus buiten de cel is alles "meer" (hogere concentratie). Hypo betekent "onder", dus buiten is het "minder".

Osmose bij plantencellen en dierlijke cellen

In een hypertoon milieu verliest een plantencel water. Het celmembraan komt los van de celwand: dat heet plasmolyse. In een hypotoon milieu neemt de plantencel water op en wordt stevig, omdat de celwand het opvangt. Een dierlijke cel heeft geen celwand en kan in zeer zuiver water zoveel water opnemen dat hij barst.

Proefje: aardappel in zout en in zoet water

Leg een aardappelstaafje in sterk zout water en een tweede in gewoon water. Na een tijdje is het eerste staafje slap (water is uit de cellen weggestroomd) en het tweede stevig (water is de cellen ingegaan).

Oefenvragen met antwoorden

  1. Welke kant gaat water bij osmose op? → naar de kant met de hoogste concentratie opgeloste stoffen
  2. Wat gebeurt er met een cel in een hypertoon milieu? → de cel verliest water en krimpt
  3. Wat heet het losraken van het celmembraan van de celwand? → plasmolyse
  4. Wat betekent isotoon? → de concentraties zijn gelijk, er is geen netto beweging van water

Hoe bijles biologie hierbij kan helpen

Osmose begrijp je het best met tekeningen en eigen voorbeelden. Bij bijles biologie aan huis oefent een vaste docent dit met opgaven en de stof van school.

Veelgestelde vragen

Wat is osmose?
Osmose is de beweging van water door een semipermeabel membraan van een plek met weinig opgeloste stoffen naar een plek met veel opgeloste stoffen.

Wat is het verschil tussen hypertoon en hypotoon?
Hypertoon: buiten de cel zit meer opgeloste stof, dus water gaat de cel uit. Hypotoon: buiten de cel zit minder opgeloste stof, dus water gaat de cel in.

Wat is plasmolyse?
Plasmolyse is het losraken van het celmembraan van de celwand bij een plantencel die water verliest in een hypertoon milieu.

Loopt jouw kind vast bij biologie?

In een vrijblijvende kennismaking bespreken we welke onderdelen extra aandacht nodig hebben.

Plan gratis kennismaking